Woonlasten dalen, maar niet voor iedereen
Geplaatst op 08 mei 2026
Tussen 2019 en 2025 daalde in vrijwel alle regio's het deel van het inkomen dat mensen kwijt zijn aan wonen, zo blijkt uit onderzoek van ABN. De inkomens stegen sneller dan de hypotheek- en huurlasten. Dat klinkt als goed nieuws. Maar dit is een gemiddelde. Onder de motorkap schuilt een groeiende kloof. Wie er voordeel van heeft, hangt sterk af van leeftijd, woonvorm en de regio waar je woont. Duidelijk is dat kopers beter af zijn dan huurders.
Zittende huiseigenaren profiteren het meest
De vooruitgang is het duidelijkst zichtbaar bij mensen die al een huis bezitten. Hun hypotheeklasten bleven gelijk of namen af, terwijl het inkomen groeide. Dat betekent dat zij 2 tot 3 procent meer van hun netto-inkomen kunnen besteden aan andere dingen. Niet spectaculair, maar misschien toch een onverwachte uitkomst. Deze groep profiteert bovendien dubbel, lagere lasten en een woning die in waarde is gestegen.
Starters betalen meer voor minder
Voor koopstarters is het een ander verhaal. Zij betalen in elke regio meer dan zittende huiseigenaren. In de grote steden is hun positie er zelfs op achteruitgegaan. In Amsterdam betalen starters nu zo'n 2 procentpunt meer van hun inkomen aan wonen dan in 2019.
Daarbij krijgen starters ook nog eens minder voor hun geld. Hun woningen zijn gemiddeld 10 tot 15 vierkante meter kleiner. In Amsterdam zijn starters gemiddeld 5.000 euro per jaar meer kwijt aan woonlasten dan zittende eigenaren. In Utrecht loopt dat verschil op tot 3.000 euro. Als je de woonlasten afzet tegen het aantal vierkante meters, betalen starters steeds meer per meter. De daling van de woonlasten is voor hen deels alleen maar een daling op papier.
Huren of kopen: een steeds groter verschil
Ook tussen huurders en huizenbezitters neemt het verschil toe. Mensen die in de vrije sector huren, zijn gemiddeld 28 tot 38 procent van hun inkomen kwijt aan wonen. Bij huiseigenaren is dat 20 tot 28 procent. Dat is al een fors verschil, en het groeit verder.
Jonge huurders in Amsterdam, Rotterdam en Utrecht zien hun woonlasten zelfs stijgen. Oudere huurders profiteren in alle regio's wel van de verbetering. Interessant genoeg verdienen koopstarters gemiddeld meer dan hun leeftijdsgenoten die huren. Toch lukt het veel huurders niet om de stap naar een koopwoning te zetten. Dat komt doordat je bij de aankoop van een woning eigen geld moet meenemen. Hoe hoger de huizenprijzen, hoe meer eigen geld je nodig hebt. Dat maakt de overstap steeds moeilijker, ook voor mensen die het zich in theorie zouden kunnen veroorloven.
Regio bepaalt mee hoe zwaar het weegt
Waar je woont, maakt een groot verschil. In de vier grote steden is de druk voor starters en jonge huurders het grootst. Buiten de Randstad is de situatie iets gunstiger. Maar ook daar betalen nieuwe kopers meer dan mensen die al jaren in dezelfde woning wonen.
Dit betekent dat landelijk beleid voor de woningmarkt niet voor iedereen hetzelfde uitpakt. Een overheidsmaatregel die de betaalbaarheid gemiddeld verbetert, kan voor starters in Amsterdam nauwelijks iets veranderen. Het is helaas geen uitzondering dat de overheid beleid voert, zonder in detail te bekijken wie er precies baat bij heeft.
De woonlasten daalden de afgelopen jaren gemiddeld, maar dat voordeel is ongelijk verdeeld. Zittende huiseigenaren profiteren het meest. Starters en jonge huurders, vooral in de grote steden, zien hun lasten juist stijgen. Ben je zelf starter, of overweeg je de stap van huren naar kopen? Dan loont het om goed in kaart te brengen wat de maandlasten werkelijk betekenen voor jouw situatie. Neem gerust contact op. We helpen je graag verder.